Hypo's en hypers

Hypo's en hypers

Hypo

Bij een hypo (voluit: hypoglykemie) is het bloedsuiker te laag. Er zit te weinig bloedglucose (bloedsuiker) in je bloed. Je hebt een hypo als je bloedglucose lager is dan 3,9 mmol/l. Daarboven is er geen sprake van een hypo. Een hypo kan ontstaan doordat je te weinig eet, te veel insuline spuit of te lang een lichamelijke inspanning levert. Meestal voel je een hypo aan als een onprettig gevoel, maar dat is zeker niet altijd zo. Soms voel je een hypo helemaal niet aankomen en heeft een ander eerder door dat je er een hebt dan jij zelf.

Hoe een hypo voelt kunnen we misschien het beste uitleggen met deze video van Jarah Simons (23) van juni 2017. Hij heeft diabetes type 1 en kreeg een hypo tijdens het maken van een video bij Diabeter, waarbij hij Wietske Wits interviewde, helaas zelf ook ervaringsdeskundige op het gebied van hypo's:

Jarah (vlogger) en Wietske bij Diabeter

Kenmerken van een hypo:
Hypo symptomen diabetes

  • moe zijn
  • honger hebben, trillen, zweten
  • wazig zien, slecht zicht
  • hoofdpijn – erg warm of koud zijn
  • wisselend humeur, ongeconcentreerd zijn.

Het is belangrijk een hypo tijdig te onderkennen. Anders kan er uiteindelijk zo weinig glucose voor de hersenen beschikbaar zijn dat ze niet meer goed werken. Je kunt dan flauwvallen en in ernstige gevallen zelfs in een coma belanden.

Wat doe je bij een hypo?

Je hebt glucose nodig om het tekort in het bloed zo snel mogelijk aan te vullen. Hiervoor heb je snelwerkende koolhydraten nodig. De hoeveelheid hangt van van je lichaamsgewicht. Bij pentherapie (insuline spuiten) wordt geadviseerd 0,5 gram koolhydraten per kilo lichaamsgewicht, met een maximum van 20 gram koolhydraten. Als je een insulinepomp hebt, wordt geadviseerd 0,3 gram koolhydraten per kilo lichaamsgewicht, met een maximum van 12 gram koolhydraten. 

Soort koolhydraten bij een hypo:

Bij een hypo wil je dat de glucosewaarden SNEL stijgen. Glucose geeft met 10-20 minuten een snelle stijging waardoor je je beter gaat voelen, na 45 minuten bereik je de piek van de stijging. Glucose is verkrijgbaar in tabletten (bijv. Dextro) en als poeder.

Fructose (vruchtensuiker) beïnvloedt de bloedglucose niet rechtstreeks en geeft pas later een stijging. Het wordt voornamelijk opgenomen in de levercellen (zonder de hulp van insuline), waar het wordt omgezet in glucose. Fruitsappen en de meeste limonadesiropen bevatten fructose en geven een langzamere stijging van de bloedglucose. Daarom zijn ze minder geschikt om een hypo te behandelen, de fructose werkt te langzaam en er bestaat een grotere kans om door te te schieten naar te hoge bloedglucosewaarden. Normale suiker bestaat uit zowel glucose als fructose. Het zal daarom niet zo'n snelle stijging geven als dezelfde hoeveelheid pure glucose. Van snoepgoed dat enkel pure suiker bevat zal je bloedglucoseconcentratie natuurlijk ook stijgen. Het is bij kinderen niet aan te bevelen snoepgoed te geven bij een hypoglycemie. Kinderen kunnen dan een hypoglycemie uitlokken om snoep te krijgen.

Wat kun je nu het beste nemen als je een hypo hebt: 

Druivensuiker of glucose: merken
Glucoseproduct: Vorm: Hoeveelheid glucose / tablet:
Dextro 1 tablet 3 gram glucose
Dextrose Kruidvat 1 tablet 2,2 gram glucose
Glucopep 1 tablet 2,2 gram glucose
Dex4 1 tablet 4 gram glucose
Glucosepoeder Dextropur *) 1 eetlepel = 10 gram oplossen in water 10 gram glucose

 

 

 

 

 

 

*) Verkrijgbaar bij apotheek of drogist.

Heb je geen druivensuiker bij de hand, kies dan een sportdrank met glucose of sacharose of frisdrank met suiker (cola, 7-up). Kijk op het etiket voor informatie over de soort en de hoeveelheid koolhydraten. Kies geen sportdrank met isomaltose e.d., dit werkt te traag. Voorbeeld van sportdrank is 100 ml AA High Energy, dat goed is voor 16,5 koolhydraten. Een glas cola van 150 ml is 15 koolhydraten. 

Klontjes suiker (door de thee) of limonadesiroop. Let op; het assortiment limonadesiropen is heel groot,  kijk goed op het etiket voor soort en hoeveelheid koolhydraten, kies NIET voor siropen met zoetstof. 10 ml pure siroop is vaak 7 koolhydraten.

Sporten bij een hypo

Sporten of andere inspanningen verrichten zijn dingen die je even niet moet doen met een hypo. Vanaf een waarde van 3,8 mmol/l adviseren wij om het rustig aan te doen. 

Hypo's voorkomen tijdens het sporten

Het is een veelgehoorde angst van mensen met diabetes: een hypo krijgen door het sporten. We geven je graag de tips en onze patienten de ondersteuning om juist wel te gaan sporten. Sporten is immers een belangrijk onderdeel van een gezonde levensstijl.

Wat gebeurt er tijdens het sporten met je lichaam? Bij sport wordt extra energie gebruikt. Glucose en vet zijn de brandstoffen voor de spieren. Hierdoor kan de bloedglucose laag worden, je hebt meer brandstof nodig immers.  Door een betere doorbloeding van het vetweefsel kan bovendien de insuline beter worden opgenomen. 

Minder insuline

Bij pentherapie: als je vier maal per dag insuline spuit, kan het mogelijk zijn om de hoeveelheid kortwerkende insuline te verminderen. Bij een tweemaal daags insuline   schema, waarbij kort en langwerkende insuline ineen zit, is dit wat moeilijker te regelen. Wij geven onze patienten hiervoor persoonlijke adviezen, afgestemd op hun specifieke situatie. Stem je spuitschema altijd af in overleg met je arts of diabetesverpleegkundige. 

Het is belangrijk om tijdens het sporten regelmatig je bloedglucose te meten. Zo krijg je inzicht in het effect van   sporten op het bloedsuikergehalte.

Meer eten

Het is aan te raden om bij sporten extra (snelwerkende) koolhydraten mee te nemen. De hoeveelheid hangt af van de intensiviteit en de duur van de sport. Het is een kwestie van proberen. Door regelmatig vóór, tijdens en na het sporten de bloedglucose te controleren, komt je achter de juiste hoeveelheid koolhydraten die nodig zijn om goed te kunnen sporten. Als vuistregel kun je hanteren: voor elk half uur zware inspanning heb je als volwassene ongeveer 15 - 30 gram extra koolhydraten nodig (10 – 15 gr extra koolhydraten voor kinderen). Maar nogmaals: meten is weten!

Plaats van het spuiten:

Spuit de insuline niet in het lichaamsdeel wat intensief gebruikt wordt. De insuline wordt dan vaak sneller opgenomen met de  kans op een hypo.

Voorkomen van een hypo na het sporten

Je kent het misschien wel: na het sporten zakt je bloedglucose nog een tijdje. Dat komt doordat de glucosevoorraad uit spieren en lever tijdens het sporten gebruikt wordt en je lichaam die voorraad eerst weer moet aanvullen. Het is mogelijk dat je nog tot lang na het sporten, zelfs tot de volgende dag, een lage bloedglucose hebt. Belangrijk is om regelmatig na het sporten, bijvoorbeeld na één uur en na twee à drie uur, de bloedglucose te controleren en zo nodig extra te eten. Soms is het na een avond sporten nodig de middellangwerkende of  langwerkende insuline voor het slapen gaan te verminderen.

Tot slot: doe je aan een teamsport? Zorg dat je coach (en je ploegmaten) weten dat je diabetes type 1 hebt.

Maatwerk

De in diabetes type 1 gespecialiseerde artsen en diabetesverpleegkundigen begeleiden dagelijks mensen met type 1 diabetes. Heb je vaak hypo's, dan gaan we samen met jou naar oplossingen zoeken die ervoor zorgen dat  je klachten verminderen.  Hun adviezen zijn altijd afgestemd op jou, je levensstijl en je wensen.

Wil je meer weten over ons en onze gespecialiseerde zorg voor mensen met diabetes type 1? Hier kun je meer lezen over Diabeter

 


Hyper

Het omgekeerde van een hypo is een hyper (voluit: hyperglykemie). De bloedsuikerspiegel is dan te hoog, dat wil zeggen boven de 11.1 mmol/l. Een hyper kan ontstaan door te veel eten, te weinig of geen insuline, stress of ziekte.

Kenmerken van een hyper:
Hyper symptomen diabetes type 1

  • dorst, droge tong
  • moeheid, slaperigheid
  • veel plassen
  • mogelijk plotselinge humeurigheid, snel boos worden
  • misselijk zijn of overgeven.

Wat je moet doen bij een hyper hangt af van de glucosewaarde. Soms volstaat extra insuline toedienen volgens het behandelschema en een extra glucosemeting. Heb je vaker een hyper of is je waarde sterk verhoogd, overleg dan met het behandelteam of bel de Diabeter spoedlijn voor (ouders) van patienten met diabetes type 1: 088-2807277, optie 1. Je krijgt dan meteen (24 uur per dag / 7 dagen per week) een van onze in diabetes type 1 gespecialiseerde artsen aan de lijn voor advies.

Iemand met diabetes type 1 die lange tijd hoge glucosewaarden heeft, kan ontregelen in een zogenaamde diabetische ketoacidose (DKA). Een DKA is levensgevaarlijk en kan leiden tot hersenoedeem of coma.  Daarom is snelle herkenning van langdurig ‘hoog zitten’ zo belangrijk.

Gevolgen van een hyper of hypo

Een enkele keer een hypo of een hyper hebben, is niet erg. Maar vooral hoge glucosewaarden gedurende langere tijd (maanden) zijn niet goed voor het lichaam. Ze zorgen op de langere termijn voor schade aan bloedvaten. En dit leidt tot een heleboel diabetescomplicaties op latere leeftijd in bijvoorbeeld de nieren, het hart en de ogen. Maar vooral bij jonge kinderen willen we ook ernstige hypo’s voorkomen. Daarom monitoren we bij Diabeter voortdurend op afstand je bloedglucosewaarden. Die waarden ontvangen we via je glucosemeter of  insulinepomp nadat je die hebt geupload. Je ontvangt na zo’n upload binnen vijf minuten een overzichtelijk advies in kleur over het verloop van je bloedglucoseregeling in de afgelopen weken. Heb je veel hoge (rood) of lage waarden (blauw), dan kun je tijdens onze dagelijkse telefonische spreekuren met je diabetesverpleegkundige overleggen over wat er misschien anders zou moeten. Zo houden we samen de vinger aan de pols.

Meer lezen over diabetes type 1:

 

Vaak last van hypo's en / of hypers? Laat ons eens vrijblijvend naar je situatie kijken en stel je vragen aan Wietske