Hypo's en hypers

Hypo's en hypers

Hypo

Bij een hypo (voluit: hypoglykemie) is het bloedsuiker te laag. Een hypo kan ontstaan doordat je te weinig eet, te veel insuline spuit of te lang een lichamelijke inspanning levert. Meestal voel je een hypo aan als een onprettig gevoel, maar dat is zeker niet altijd zo. Soms voel je een hypo helemaal niet aankomen en heeft een ander eerder door dat je er een hebt dan jij zelf.

Kenmerken van een hypo:

  • moe zijn
  • honger hebben, trillen, zweten
  • wazig zien, slecht zicht
  • hoofdpijn – erg warm of koud zijn
  • wisselend humeur, ongeconcentreerd zijn.

Het is belangrijk een hypo tijdig te onderkennen. Anders kan er uiteindelijk zo weinig glucose voor de hersenen beschikbaar zijn dat ze niet meer goed werken. Je kunt dan flauwvallen en in ernstige gevallen zelfs in een coma belanden. Je moet dus het tekort aan suiker in het bloed zo snel mogelijk aanvullen met snelle koolhydraten. Druivensuiker (Dextro Energy) of limonadesiroop zijn daarvoor goede middelen. Daarna moet je direct iets eten, zoals een koek, boterham of banaan.

Sporten of andere inspanningen verrichten zijn dingen die je even niet moet doen met een hypo. Meet na vijftien minuten opnieuw je bloedglucosewaarde. Is die lager dan 2.7 mmol/l  bel dan onze spoedlijn voor (ouders) van patienten met diabetes type 1: 088-2807277, optie 1. Je krijgt dan meteen (24 uur per dag / 7 dagen per week) een van onze in diabetes type 1 gespecialiseerde artsen aan de lijn voor advies.

Hyper

Het omgekeerde van een hypo is een hyper (voluit: hyperglykemie). De bloedsuikerspiegel is dan te hoog, dat wil zeggen boven de 11.1 mmol/l. Een hyper kan ontstaan door te veel eten, te weinig of geen insuline, stress of ziekte.

Moe zijn, een symptoom van diabetes Kenmerken van een hyper:

  • dorst, droge tong
  • moeheid, slaperigheid
  • veel plassen
  • mogelijk plotselinge humeurigheid, snel boos worden
  • misselijk zijn of overgeven.

Wat je moet doen bij een hyper hangt af van de glucosewaarde. Soms volstaat extra insuline toedienen volgens het behandelschema en een extra glucosemeting. Heb je vaker een hyper of is je waarde sterk verhoogd, overleg dan met het behandelteam of bel de Diabeter spoedlijn voor (ouders) van patienten met diabetes type 1: 088-2807277, optie 1. Je krijgt dan meteen (24 uur per dag / 7 dagen per week) een van onze in diabetes type 1 gespecialiseerde artsen aan de lijn voor advies.

Een kind dat lange tijd hoge waarden heeft, kan ontregelen in een zogenaamde diabetische ketoacidose (DKA). Een DKA is levensgevaarlijk en kan leiden tot hersenoedeem of coma.  Daarom is snelle herkenning van langdurig ‘hoog zitten’ zo belangrijk.

Gevolgen van een hyper of hypo

Een enkele keer een hypo of een hyper hebben, is niet erg. Maar vooral hoge waarden gedurende langere tijd (maanden) zijn niet goed voor het lichaam. Ze zorgen op de langere termijn voor schade aan bloedvaten. En dit leidt tot een heleboel complicaties op latere leeftijd in bijvoorbeeld de nieren, het hart en de ogen. Maar vooral bij jonge kinderen willen we ook ernstige hypo’s voorkomen. Daarom monitoren we bij Diabeter voortdurend op afstand je bloedglucosewaarden. Die waarden ontvangen we via je glucosemeter of  insulinepomp nadat je die hebt geupload. Je ontvangt na zo’n upload binnen vijf minuten een overzichtelijk advies in kleur over het verloop van je bloedglucoseregeling in de afgelopen weken. Heb je veel hoge (rood) of lage waarden (blauw), dan kun je tijdens onze dagelijkse telefonische spreekuren met je diabetesverpleegkundige overleggen over wat er misschien anders zou moeten. Zo houden we samen de vinger aan de pols.

Meer lezen over diabetes type 1:
Glucagon: meer dan een oranje doosje
Glucose meten: methodes nu en in de toekomst
Kind en diabetes
Even voorstellen: ons in diabetes gespecialiseerd medisch team

 

Hypo en hyper symptomen