Penbehandeling

Insulinepen

Met een insulinepen spuit je insuline via een dun naaldje in het onderhuidse vet, dus niet in de bloedbaan. De geschikte plekken om te spuiten zijn in de bil, de voor- en zijkanten van het bovenbeen of in de buik. Je gebruikt de pen – die eruit ziet als een dikke vulpen – doorgaans twee tot vier keer per dag. 

Spuitplekken insuline:

De pen zorgt ervoor dat de dosering makkelijk in te stellen is. Toch moet je wel even leren hoe je ermee om moet gaan. Daarom besteden we bij nieuwe patiënten, bij de start van de behandeling van diabetes type 1, veel tijd aan het uitleggen van de werking van de insulinepen. We nemen hiervoor alle tijd die je nodig hebt om de insulinepen vervolgens helemaal zelf thuis te kunnen gebruiken.

Hier kun je handige instructiefilms bekijken voor de insulinepen NovoPen 4 en FlexPen. 

Pen of pomp?

De meeste patiënten van Diabeter gebruiken na verloop van tijd een insulinepomp. Met een insulinepomp kun je je glucosewaarden beter regelen, wat gemiddeld resulteert in een beter HbA1c. Je hebt wel een goed inzicht nodig in het ziektebeeld diabetes en kennis nodig van koolhydraten in voedingsmiddelen. Natuurlijk helpen we je daarbij, met een uitgebreid educatieprogramma om alle benodigde diabeteskennis op te doen. Belangrijk is dat je de blijvende bereidheid hebt om minimaal zeven keer per dag de bloedglucosewaarden bij je kind of jezelf te meten. Onze arts bespreekt de voor- en nadelen van insuline spuiten en insulinepomp met je en kan je adviseren.