De behandeling van diabetes type 1

Na de diagnose

Insuline is een onmisbaar hormoon voor de spijsvertering en energiehuishouding. Als je lichaam het zelf niet meer aanmaakt, zal het dus van buitenaf moeten worden toegediend.  Direct na de diagnose diabetes (ook wel suikerziekte genoemd), moet met de behandeling worden gestart. Bij vrijwel alle vormen starten we met insuline, om verdere verslechtering  te voorkomen en om de symptomen en verschijnselen snel te laten verdwijnen. Patiënten zullen kort na de start van de behandeling met insuline zich snel beter voelen.

Toediening van insuline kan helaas niet met een pil. Insuline is een eiwit en dat zou in het zuur van je maag kapot gaan en onwerkzaam worden. Insuline moet  dus ingespoten worden en dat gebeurt via een injectie in onderhuids vet. Dat vet vind je op je buik, bovenbeen of billen.

De arts en diabetesverpleegkundige  gaan samen met de betrokkenen in de eerste tijd een schema maken van de hoeveelheid en soort insuline die jij of je kind bij elke maaltijd en voor het slapen gaan gemiddeld nodig zal hebben. Er zijn meerdere soorten insuline; langwerkende insuline en kortwerkende insuline. Kort werkende insuline wordt bij de maaltijden gespoten en zorgt ervoor dat de koolhydraten uit de maaltijd in het lichaam kunnen worden verwerkt. Lang werkende insuline wordt éénmaal daags gespoten, meestal voor het slapen gaan. De langwerkende insuline werkt ongeveer 24 uur en geeft als het ware een bodem aan insuline. Het lichaam heeft immers 24 uur per dag insuline nodig, dus ook buiten de maaltijden om, zoals ’s nachts. Toediening van insuline kan op twee manieren: via een insulinepen of met een insulinepomp.

 Glucosemeter

Glucosemeter Bayer De hoeveelheid insuline die iemand nodig heeft verschilt per persoon. De een gebruikt meer insuline dan de ander. Ook lichamelijke inspanning verandert de insulinebehoefte. Om de beste behandeling te kunnen bepalen, is het noodzakelijk om zelf regelmatig (ca. 7x per dag) je glucosewaarden te meten. Hiervoor krijg je een glucosemeter en moet je, na uitleg over hoe en wanneer, de bloedsuiker zelf meten via een druppel bloed. Dat doe je via de vingerprik.  De arts en diabetesverpleegkundige zullen je adviseren over hoe de hoeveelheid en soort insuline aan te passen is aan de dagelijkse bezigheden, mede op basis van de zelf gemeten bloedsuikerwaarden.

Om de bloedglucosewaarde te kunnen bepalen, laat je een druppel bloed (ter grootte van een speldenprik) vallen op een teststrip, die in de meter is  geplaatst.  De kosten voor deze teststrips worden vergoed door de zorgverzekeraar.

Insulinepen voor injectie van insuline

Insulinepen

Met een insulinepen wordt insuline via een dun naaldje net onder de huid gespoten. Dat gebeurt in de bil, in het bovenbeen of in de buik.

Een insulinepen ziet eruit als een dikke vulpen. De dosering is met een insulinepen makkelijk in te stellen. Een insulinepen wordt doorgaans twee tot vier keer per dag gebruikt. Bij  nieuwe patiënten besteden we bij de start van de behandeling  van diabetes type 1 o.a. veel tijd aan het uitleggen van de werking van de pennen.  Net zolang tot je zelf volledig thuis bent in het gebruik van de pen.

 

Insulinepomp

Insulinepomp

De meerderheid van de patiënten bij Diabeter (ca. 58%) gebruikt een insulinepomp. Een insulinepomp is een klein draagbaar apparaatje waarmee continu ultrakortwerkende insuline geïnjecteerd wordt. Het pompje is vooraf te programmeren en geeft ieder uur een kleine hoeveelheid insuline af die voldoet aan de basale insulinebehoefte van het lichaam.

Op ieder gewenst moment, bijvoorbeeld bij een maaltijd, kun je  na een enkele druk op de toetsen een extra hoeveelheid insuline toedienen. Deze extra insulinetoediening noemt men een bolus. Ook hoge bloedglucosewaarden kunnen op deze manier “gecorrigeerd” worden. De insuline gaat via een teflon slangetje (cathetertje) de huid binnen. Dit systeem moet ongeveer om de twee dagen vervangen worden.

Waarom pomptherapie?

De reden om te starten met pomptherapie kan zeer verschillend zijn. Bijna altijd is er sprake van ontevredenheid over de resultaten van de huidige behandeling. Nachtelijke hypoglykemiëen, hoog HbA1c, sterke schommelingen in bloedglucosewaarden kunnen argumenten zijn. Een beslissing om te starten met een insulinepomp is een beslissing die gezamenlijk genomen wordt. Medisch team, ouders en kind moeten achter deze keuze staan.

Zijn er voorwaarden waaraan je moet voldoen om met pomptherapie te kunnen starten?

Pomptherapie is een intensieve behandeling van diabetes. Het vraagt een andere manier van denken over de diabetesregeling. Voor het bereiken van goede resultaten zullen ouders en kind opnieuw “geschoold” moeten worden. Goed inzicht in het ziektebeeld diabetes en kennis van koolhydraten in de diverse voedingsmiddelen is noodzakelijk. Er moet de bereidheid zijn van beide ouders en kind met diabetes om in de beginfase zeer veel tijd te investeren in het leren bedienen en omgaan met een pomp.

Met de pomp kan je je bloedglucosewaarden beter regelen. Nadeel kan zijn dat je, doordat je geen langwerkende insuline meer gebruikt, eerder ontregelt bij problemen met het systeem. Daarom moet er blijvend de bereidheid zijn om minimaal 4 keer per dag je bloedglucosewaarden te meten en de pompstanden aan te passen aan de gemeten waarden. De gemeten waarden zullen regelmatig, bij voorkeur maandelijks gedurende enkele dagen, moeten worden bijgehouden om zo trends te kunnen herkennen.

Bij jonge kinderen met diabetes, die de pomp nog niet zelf kunnen bedienen, moet gezocht  worden naar oplossingen voor bediening van de insulinepomp tijdens afwezigheid van de ouders. Als het inzicht, de bereidheid en motivatie er is, dan is een insulinepomp een uitstekende manier van behandelen voor vrijwel iedereen met diabetes. De meerderheid van de patiënten bij Diabeter heeft een insulinepomp.

Welke insulinepompen zijn er allemaal?

Er zijn een aantal goede insulinepompen op de markt. Allen in zakformaat en verkrijgbaar in verschillende kleuren. Er zijn kleine verschillen in mogelijkheden, waardoor voorkeur voor een van de insulinepompen kan bestaan. Onze kinderarts of internist bespreekt de keuze voor een van de insulinepompen uitgebreid met je. In goed overleg kun je tot een keuze komen. 

Lees hier meer over insulinepompen en de aanpak en educatie vanuit Diabeter: veelgestelde vragen over insulinepomptherapie

 

Educatie over diabetes (ofwel suikerziekte)

Kennis is macht, en meten is weten. Bij diabetes is dit zeker van toepassing. Verreweg het grootste deel van de tijd brengt iemand met type 1 diabetes door zonder zijn arts. Dat betekent dat bij een chronische ziekte als diabetes, die er 24 uur per dag, 7 dagen per week is, veel neer komt op zelfmanagement. Een essentieel onderdeel van een zo goed mogelijke succesvolle diabetesbehandeling is dan ook de tijd en energie die je met name in de maanden na de diagnose, investeert in het opdoen van kennis.

Er komt veel op je af, er is zo veel om te leren en onder de knie te krijgen; over koolhydraten, de invloed van beweging, hypo’s en hypers, prikplaatsen en noem maar op. Het is geen sinecure, maar bij Diabeter weten we dat deze investering van enorm belang is bij het leren reguleren van diabetes. Daarom is er voor onze patënten een uitgebreid educatieprogramma, waarbij ons medisch team (de ouders van) patiënten stap voor stap de belangrijke aspecten over diabetesregulering leert.  Uiteraard zijn wij voor overleg ook altijd bereikbaar via ons dagelijks telefonisch spreekuur en bij spoedgevallen via onze spoedlijn, die altijd, dus 24 uur per dag en zeven dagen per week, wordt beantwoord door een van onze medisch specialisten.

Diabetes is zelfmanagement