Behandeling met insulinepomp | Insulinepomp met sensor - Diabeter

Insulinepompen

Een insulinepomp is een apparaatje dat in kleine hoeveelheden insuline afgeeft aan je lichaam. De pomp zit via een slangetje en een kunststof naaldje (canule) vast aan je lichaam. Een insulinepomp kan ook draadloos zijn. Dan zit hij direct op je huid en heb je geen aparte infuusset nodig.

Insulinepomp met slangetje op buik

Insulinepomp met infuusset (slangetje plus naaldje)

Het pompje werkt met elektronica om continu kortwerkende insuline af te geven. Dat noemen we de basale insuline. Als je insuline spuit, dan is deze basale insuline te vergelijken met de langwerkende insuline die je 1x per dag spuit. Voordeel nu is dat je je basale insuline op verschillende momenten van de dag kunt aanpassen naar behoefte.  Vaak is je bloedglucosewaarde dan ook bij het gebruik van een pomp beter te reguleren dan bij insuline spuiten.

Bolus

Je kunt op ieder gewenst moment met een enkele druk op de toetsen een extra hoeveelheid insuline toedienen. Dit heet een bolus. Je doet dit als je iets eet dat koolhydraten bevat, of om hoge bloedglucosewaarden te “corrigeren”.  Het doseren van die extra insuline gaat via een ingebouwde computer (boluscalculator of boluswizard) waardoor een heel nauwkeurige regeling mogelijk is. Die extra insuline wordt weliswaar automatisch uitgerekend, maar het geven van de bolus (“bolussen”) doe je zelf. Je glucosewaardes blijven het meest stabiel als je 6 tot 8 keer (soms vaker) meet en corrigeert. Zou je dit met de pen moeten doen, moet je zo’n acht keer gaan spuiten. Dit is met de pomp prettiger en eenvoudiger.

Waarom kiezen voor pomp- of pentherapie?

Ons motto in advisering aan onze patiënten is dat de vorm van toediening van insuline bij je moet passen. Zo voelt de een zich comfortabeler bij het spuiten van insuline via een insulinepen: je hebt tenslotte niets aan je lijf en je hoeft niets te verstoppen. Anderen zouden de pomp niet meer kunnen missen. Voor start van insulinepomptherapie stellen wij als behandelaars overigens enige voorwaarden aan je kennis over diabetesregeling, zoals koolhydraten tellen, vaak genoeg meten en contact houden met je diabetesteam. 

 Voordelen insulinepomp:

  • Met de insulinepomp kun je over het algemeen een betere glucoseregeling bereiken dan met insuline spuiten
  • De hoeveelheid basisinsuline kun je aanpassen naar behoefte. Zo kun je als je gaat sporten de basale insuline verminderen. Dit is veel handiger dan steeds te moeten eten om te voorkomen dat je een hypo krijgt.
  • Je bent minder gebonden aan het eten in een vast patroon: hoofdmaaltijd met maximaal een tussendoortje van maximaal hoeveelheid KH.  Met de pomp bolus je voor alles wat je eet. De boluscalculator in de insulinepomp berekent voor het aantal koolhydraten dat je ingeeft precies de benodigde hoeveelheid af te geven insuline.  Het is wel zo dat je regeling gemakkelijker lukt als je niet de hele dag KH eet en hiervoor vaak moet bolussen. Dus er zijn wel grenzen…
  • Jonge kinderen hebben nog niet zoveel insuline nodig. De dosering van de insuline luistert dus erg nauw. Met de pomp kun je kleinere hoeveelheden insuline geven en beter doseren dan met spuiten. Ten slotte je spuit met halve eenheden en niet zoals de pomp die zelfs met stapjes van 0,025 EH rekent. Het regelen van de diabetes wordt hierdoor wel gemakkelijker.
  • Je kunt de pomp veel preciezer instellen dan dat je met een pen kunt doen. Je insulinebehoefte kan namelijk verschillen. Tijdens de nacht bijvoorbeeld is je insulinebehoefte niet alle uren hetzelfde. Met name bij jongeren in de puberleeftijd zie je dat de insulinebehoefte aan het einde van de nacht toeneemt. Dat noemen we het Dawn-fenomeen. Met de pentherapie kun je dit niet opvangen. Zo zie je dit terug aan de hoge waardes bij het opstaan in de morgen. Best vervelend als je altijd netjes je insuline spuit en dan nog hoog uitkomt.  Dit kan een reden zijn om over te stappen naar de pomptherapie.

Nadelen insulinepomp:

  • Er zit iets aan je lichaam wat je goed kunt zien en dat vragen oproept bij je omgeving.
  • Je moet bolussen voor alles dat je eet.  Dat is soms best lastig als je op de middelbare school zit en te veel andere dingen aan je hoofd hebt. Heb je een drukke baan en is er geen tijd om even te gaan zitten voor je lunch, dan komt het voor dat je het vergeet.
  • De werking van de pomp kan om wat voor reden dan ook een storing hebben. Als de insuline niet goed binnen komt door bij voorbeeld een knik/ verstopping in het slangetje, dan kun je door veel te hoge glucosewaardes heel ziek worden. Dit heet een ketoacidose. Je moet dus heel regelmatig je glucose meten en echt secuur zijn op je pomp, het slangetje en de canule.

Kortom: het gaat er vooral om wat past er bij jou. Met de insulinepomp kun je over het algemeen een betere glucoseregeling bereiken dan met spuiten, maar daar moet je dan wel wat voor doen. De pomp doet het helaas nog niet vanzelf.  Inmiddels gaat de technologie wel met sprongen vooruit. De pompen in ontwikkeling kunnen wel heel veel van je over gaan nemen, zowel bij een dreigend te lage bloedsuiker als bij een dreigende te hoge bloedsuiker. De ontwikkelingen op het gebied van diabetestechnologie gaan snel en ons medisch team volgt deze op de voet. Het is dus heel belangrijk je goed te laten informeren door je team. Wat nu niet passend is, kan over een jaar helemaal gaan veranderen.

De verschillende soorten insulinepompen:

Pompen om je insuline toe te dienen zijn er in verschillende vormen en maten, met en zonder slangetje.

Jasper neemt je hieronder mee in de keuze die er zijn. Let op: de diabetesverpleegkundige kan je nog specifieker iets vertellen over deze insulinepompen. Je overlegt met haar of hem wat je wilt bereiken na overstap op de pomp. Minder hypo’s bijvoorbeeld. Samen met je diabetesverpleegkundige beslis je welke het beste bij jou past. Maak dus je keuze niet op basis van dit filmpje.

Werking van insulinepomp

Iets meer over de werking van de insulinepomp. De pomp is zoals gezegd een apparaatje met elektronica, een batterij en een ampul om de insuline in te doen. Een doorzichtig flexibel slangetje is verbonden aan de pomp. Dit slangetje sluit je aan op het gedeelde wat in de huid zit. Dit is een plastic naaldje (canule) dat achterblijft nadat je het met een schietsysteem hebt aangebracht.

De insuline in de pomp moet samen met het naaldje regelmatig worden vervangen. Dat moet omdat de canule wordt aangetast door de verdediging van je lichaam. Het lijkt voor je lichaam op een splinter, iets dat niet bij je lichaam hoort en dus probeert je lichaam het eruit te krijgen. Daarnaast zie je dat insuline ook niet meer goed zijn werk doet na een aantal dagen. Insuline is tenslotte een eiwit en een kenmerk daarvan is dat deze niet goed houdbaar is bij hogere maar ook hele lage temperaturen. Als je de pomp dicht tegen je lichaam draagt dan zal dit de temperatuur van de insuline verhogen. Ons advies is dan ook: vervang je infuusset om de dag op vaste dagen. Bijvoorbeeld de maandag, woensdag en de vrijdag. Het weekend dan even niet. Je zult zien dat dit je glucoseregeling ten goede komt.

Natuurlijk kan het gebeuren dat je vergeet de naald te wisselen. Je hebt het druk en het komt er maar niet van. Of je vindt het geen fijn klusje en stelt het daardoor uit. Dan is er een truc die ervoor zorgt dat je het niet kunt uitstellen of vergeten: pas je hoeveelheid insuline aan aan de insulinebehoefte voor twee dagen. Is de insuline op, dan moet je wel je infusieset samen met je ampul insuline vervangen. Dit is een extra zetje in je rug.

Wat als je het toch vergeet of er een knik in de canule zit?

De insuline die gebruikt wordt in de pomp is ultra kort werkend. In de praktijk betekent dit dat je maximaal ongeveer twee uur zonder insuline kan (mits je goed geregeld bent anders is het nog korter). Komt er na die twee uur nog geen insuline binnen, dan gaat je lichaam over op een andere verbranding. Je hebt immers altijd brandstof nodig en zonder de insuline komt de brandstof glucose nu niet in de cellen terecht. Het lichaam gaat daarom over op ‘plan b’: Er worden nu vetten en eiwitten verbrand. Als afval daarvan ontstaan er de zogenaamde ketonen. Deze ketonen kun je meten met een ketonenmeter. Als je een pomp hebt, krijg je ook de ketonenmeter om te checken of je lichaam niet begonnen is met dit soort verbranding. Waarom is dat belangrijk? Ketonen zijn niet goed voor je lichaam. Ze maken je ziek: je wordt misselijk, moe en gaat braken.

Je meet eigenlijk een hoge bloedglucosewaarde of een die zeer sterk stijgt tot een hoge waarde en als je de meter hebt ook de ketonen. Je lichaam moet zo snel mogelijk insuline binnen krijgen. Bel daarom ook de spoedlijn van je behandelteam om te overleggen wat je moet doen. Wacht hier niet te lang mee.

Hoe voorkom je dat je een ketoacidose krijgt

Als je regelmatig meet en je vervangt de canule bij hoge waardes die niet goed dalen, dan is de kans op een ketoacidose gelukkig niet heel groot. Het stappenplan voor wat je moet doen vind je als patiënt van Diabeter in de therapiemail die je krijgt als je je pomp uploadt. Ook als je de canule net hebt gewisseld en je bloedsuikers blijven hoog, dan is het advies te wisselen. De plek waar je je canule plaatst is ook heel belangrijk. Goed afwisselen voorkomt dat je vetophoping krijgt of littekens. Met name de laatste kunnen gemakkelijk zorgen voor een knikje in de canule. Tot slot zorg dat je insuline niet te warm of koud wordt. Als je twijfelt neem dan gewoon contact op met je team, daar zijn we voor.

Waar draag je je pomp?

Een heel praktisch punt is waar je je pomp laat. Onze diabetesverpleegkundigen krijgen er vaak vragen over. We geven je ook hier graag een aantal plekken en mogelijkheden.

Bij een draadloze pomp

De draadloze pomp kun je op diverse plekken dragen. Je buik is een mogelijkheid natuurlijk, maar ook je bovenarmen, bovenbenen of onderrug kunnen voor jou goede plaatsen zijn. Let er wel op dat je pomp nog steeds goed kunt bedienen ????. Je kunt de plaatsen overleggen met je diabetesverpleegkundige. Er zijn voor de draadloze Omnipod ook diverse bandjes en tasjes op de markt. Daarmee kun je je pomp een beetje ‘customizen’ naar je eigen smaak.

Bij een insulinepomp met slangetje

Met een klem

Met een klem kun je de pomp aan de bovenkant van je broekband of aan je broekzak klemmen. Bij vrouwen wordt veel gebruik gemaakt van het midden van de BH. Klemmen kun je bestellen bij je diabeteshulpmiddelenleverancier.

Met een band, zakje of riemtasje

Er zijn ook speciale beschermbanden te bestellen voor je taille, bovenbeen of arm. De fabrikant van je insulinepomp heeft daarvoor speciale accessoires, die goed passen en indien nodig met antislip zijn uitgevoerd.

Ook hier zijn er voor vrouwen speciale oplossingen om hun insulinepomp in de beha te dragen. Bijv. met een beha-tasje met klem.  Met een pomptasje kun je je pomp een opvallender plek geven door hem aan je broekriem te dragen via een klem of band. De pomptasjes zijn in veel uitvoeringen te krijgen via je hulpmiddelenleverancier.

Naast je hulpmiddelenleverancier en de fabrikant van je insulinepomp zijn er ook veel bedrijven die tasjes, covers en banden leveren. Je kunt ze gemakkelijk vinden op internet.  Ook voor kinderen is veel te vinden: van vrolijke pomptasjes met unicorn erop tot stoere denimstof.

Show me your pump!
 

Miss Idaho uit 2014 droeg haar insulinepomp tijdens de bikinironde in de finale van de Miss-verkiezing. Zij startte de hashtag #showmeyourpump op social media, waar ze enorm veel reacties op kreeg. Ze werd een inspiratie voor veel mensen met type 1 diabetes.